De voorzitter vraagt, of stemming wordt verlangd. Indien
geen stemming wordt gevraagd en ook de voorzitter dit
niet verlangt, stelt de voorzitter vast dat het voorstel
zonder hoofdelijke stemming is aangenomen.
In de vergadering aanwezige leden kunnen aantekening in
het verslag vragen, dat zij geacht willen worden te
hebben tegengestemd of zich op grond van artikel 28
Gemeentewet van stemming te hebben onthouden.
Indien door een of meer leden stemming wordt gevraagd,
doet de voorzitter daarvan mededeling.
De griffier roept de leden van de raad bij naam op hun
stem uit te brengen. De stemming begint bij het lid dat
daarvoor overeenkomstig artikel 18 is aangewezen.
Vervolgens geschiedt de oproeping naar de volgorde van
de presentielijst.
Bij hoofdelijke stemming is ieder ter vergadering
aanwezig lid dat zich niet van deelneming aan de
stemming moet onthouden verplicht zijn stem uit te
brengen.
De leden brengen hun stem uit door het woord ‘voor’ of
‘tegen’ uit te spreken, zonder enige toevoeging.
Heeft een lid zich bij het uitbrengen van zijn stem
vergist, dan kan hij deze vergissing nog herstellen
voordat het volgende lid gestemd heeft. Bemerkt het lid
zijn vergissing pas later, dan kan hij nadat de
voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft
gemaakt wel aantekening vragen dat hij zich heeft
vergist; in de uitslag van de stemming brengt dit echter
geen verandering.
De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming
mede, met vermelding van het aantal voor en tegen
uitgebrachte stemmen. Hij doet daarbij tevens mededeling
van het genomen besluit.
Hoofdstuk 3: › Paragraaf 3
Artikel 30
Algemene bepalingen over stemming
Onderdeel van Reglement van orde voor de vergaderingen van de gemeenteraad van Tynaarlo 2008