Wanneer een stemming over personen voor het doen van een
voordracht of het opstellen van een voordracht of
aanbeveling moet plaatshebben, benoemt de voorzitter 3
leden tot stembureau.
Ieder ter vergadering aanwezig lid dat zich niet op
grond van de Gemeentewet van stemming moet onthouden is
verplicht een stembriefje in te leveren. De stembriefjes
dienen identiek te zijn.
Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn
te benoemen, voor te dragen of aan te bevelen. De raad
kan op voorstel van de voorzitter beslissen dat bepaalde
stemmingen worden samengevat op één briefje.
Het stembureau onderzoekt of het aantal ingeleverde
stembriefjes gelijk is aan het aantal leden dat
ingevolge het tweede lid verplicht is een stembriefje in
te leveren. Wanneer de aantallen niet gelijk zijn worden
de stembriefjes vernietigd zonder deze te openen en
wordt een nieuwe stemming gehouden.
Voor het bepalen van de volstrekte meerderheid als
bedoeld in artikel 30 van de Gemeentewet worden geacht
geen stem te hebben uitgebracht die leden die geen
behoorlijk stembriefje hebben ingeleverd.
Onder een niet behoorlijk stembriefje wordt
verstaan:
een blanco ingevuld stembriefje;
een ondertekend stembriefje;
een stembriefje waarop meer dan één naam is vermeld,
tenzij de stemming verschillende vacatures betreft;
een stembriefje waarbij, indien het een benoeming op
voordracht betreft, op een persoon wordt gestemd die
niet is voorgedragen
een stembriefje waarbij op een andere persoon wordt
gestemd dan die waartoe de stemming is beperkt.
In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje
beslist de raad, op voorstel van de voorzitter.
Onder de zorg van de griffier worden de stembriefjes
onmiddellijk na vaststelling van de uitslag
vernietigd.
Hoofdstuk 3: › Paragraaf 3
Artikel 32
Stemming over personen
Onderdeel van Reglement van orde voor de vergaderingen van de gemeenteraad van Tynaarlo 2008