Aan het begin van elk besluitvormende vergadering is er de
gelegenheid voor de leden om mondelinge vragen te stellen aan
het college of de burgemeester, tenzij er geen vragen zijn
aangekondigd. De voorzitter bepaalt op welk tijdstip het
agendapunt eindigt. Het moet daarbij gaan om
spoedeisende zaken die op dat moment actueel zijn
(besluit raad 10-02-09).
Het lid van de raad dat tijdens het vragenuur vragen wil
stellen, meldt dit onder aanduiding van het onderwerp
in principe tenminste 12 uur
(ambtshalve wijziging raad
8-1-08) voor aanvang van het vragenuur bij de
griffier. De voorzitter kan na overleg met het presidium
weigeren een onderwerp tijdens het vragenuur aan de orde te
stellen indien hij het onderwerp niet voldoende nauwkeurig acht
aangegeven of indien het onderwerp in de raadsvergadering op
diezelfde dag aan de orde komt.
De voorzitter bepaalt de volgorde, waarin aangemelde onderwerpen
tijdens het vragenuur aan de orde worden gesteld.
Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om
één of meer vragen te stellen en een toelichting daarop te
geven.
Na de beantwoording door de portefeuillehouder krijgt de
vragensteller desgewenst het woord om aanvullende vragen te
stellen.
Vervolgens kan de voorzitter aan andere leden van de raad het
woord verlenen om hetzij aan de vragensteller, hetzij aan het
college vragen te stellen over hetzelfde onderwerp.
Tijdens dit agendapunt kunnen geen moties worden ingediend en
worden geen interrupties toegelaten.
Hoofdstuk 4
Artikel 42
Mondelinge vragen
Onderdeel van Reglement van orde voor de vergaderingen van de gemeenteraad van Tynaarlo 2008