**1..** Het inkomen, voor zover van belang voor de toepassing van artikel 5.2, van de verordening, wordt vastgesteld conform de bepalingen van artikel 32 en 33 van de Wet werk en bijstand. Artikel 31 van de Wet werk en bijstand is van overeenkomstige toepassing;
**2..** Bij de vaststelling van het netto-inkomen als bedoeld in het eerste lid wordt het inkomen uit vermogen op jaarbasis in aanmerking genomen voor zover dit, na aftrek van de eventueel verschuldigde vermogensrendementsheffing, meer bedraagt dan 10 procent van de toepasselijke vermogensgrens als bedoeld in artikel 34 lid 3 van de Wet werk en bijstand. Het inkomen uit vermogen wordt omgerekend naar een bedrag per maand.
**3..** Op het inkomen als bedoeld in het eerste lid van een bewoner van een AWBZ-instelling wordt de eigen bijdrage, welke die bewoner verschuldigd is ingevolge het Bijdragebesluit Zorg, in mindering gebracht.
**4..** De periode waarover het inkomen als bedoeld in het eerste lid wordt vastgesteld is de kalendermaand waarin de aanvraag voor de voorziening is gedaan.
**5..** In afwijking van het vierde lid wordt het inkomen, ingeval dit maandelijks in hoogte varieert, vastgesteld over de periode van 3 maanden voorafgaande aan de eerste dag van de maand waarin de aanvraag is ingediend en gemiddeld naar een bedrag per maand.
Hoofdstuk 1.
Artikel 2
Vaststellen inkomen voor toets recht op vervoersvoorziening
Onderdeel van Besluit nadere regels individuele voorzieningen gemeente Heumen 2011