Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 22

Vervoersvoorzieningen in natura dan wel persoonsgebonden budget

Onderdeel van Besluit nadere regels individuele voorzieningen gemeente Heumen 2011

1.. De door burgemeester en wethouders te verstrekken individuele vervoersvoorziening kan bestaan uit: a.. Een voorziening in natura, dan wel een persoonsgebonden budget ter voorziening in de kosten van: 1.. een al dan niet aangepaste auto; 2.. een al dan niet aangepaste gesloten buitenwagen; 3.. een scootermobiel; 4.. een ander verplaatsingsmiddel; b.. Een persoonsgeboden budget ter voorziening in de kosten van: 1.. aanpassing van een eigen auto; 2.. gebruik van een bruikleenauto; 3.. medisch noodzakelijke begeleiding tijdens het vervoer. c.. Een persoonsgebonden budget in verband met de kosten van onderhoud en reparatie van voorzieningen als genoemd onder a en b. 2.. Een vervoersvoorziening in natura als bedoeld in artikel 5.1, aanhef en onder sub b, van de verordening wordt beschikbaar gesteld in bruikleen via de aanbieder waarmee het college een overeenkomst heeft gesloten dan wel tot een schriftelijk accoord is gekomen; 3.. Een persoonsgebonden budget voor een vervoersvoorziening als bedoeld in artikel 5.1, aanhef en onder sub b, van de verordening is gelijk aan: de bruto adviesprijs van de conform het programma van eisen aangeboden goedkoopst adequate voorziening zoals opgenomen in het assortiment van de contractleverancier; de conform het programma van eisen voor vergoeding in aanmerking komende kosten van de goedkoopst adequate voorziening zoals opgenomen in de door het college geaccordeerde offerte, indien de voorziening niet is opgenomen in het assortiment van de contractleverancier. 4.. Een persoonsgebonden budget voor een vervoersvoorziening als bedoeld in hoofdstuk 5 van de verordening welke niet in natura kan worden geleverd, of waarvoor de gemeente geen afspraken met een contractleverancier heeft gemaakt, is gelijk aan het totaal van de conform het programma eisen vastgestelde kosten van de goedkoopste adequate voorziening zoals opgenomen in de door een terzake erkend bedrijf uitgebrachte en door het college geaccordeerde offerte. 5.. Voor personen die afhankelijk zijn van “kamer tot kamer” vervoer is sprake van een beperkte beschikbaarheid van collectief vervoer. Zij komen dan ook, na indicatie, in aanmerking voor een individuele vervoersvoorziening in de vorm van een financiële tegemoetkoming. Het gaat hierbij om personen die bij het verlaten en/of binnengaan van de woning/kamer afhankelijk zijn van ondersteuning/begeleiding van derden. Artikel 23 Hoogte van de financiële tegemoetkoming en het persoonsgebonden budget vervoersvoorzieningen De door het college van burgemeester en wethouders te verlenen financiële tegemoetkoming als bedoeld in artikel 22, en onder 5 van dit Besluit bedraagt een maximale vergoeding van € 432,- per jaar, waarvan € 216,- als forfaitair bedrag en aanvullend een bedrag van € 216,- op basis van declaraties. De hoogte van een door het college van burgemeester en wethouders te verlenen persoonsgebonden budget voor vervoersvoorzieningen als bedoeld in artikel 5.1, aanhef en onder b van de verordening is: voor de aanpassing van een eigen auto gelijk aan de werkelijke kosten voor zover deze hoger zijn dan het bedrag voor een referentie-auto zoals opgenomen in de Beleidsregels UWV normbedragen voorzieningen; voor een ander verplaatsingsmiddel gelijk zijn aan de werkelijke kosten voor zover deze, gelet op de beperking van de persoon, door het college als noodzakelijk worden aangemerkt. voor medisch noodzakelijke begeleiding tijdens het vervoer gelijk aan de werkelijke kosten met een maximum zoals opgenomen in de Beleidsregels UWV normbedragen voorzieningen; voor onderhoud en reparatie van voorzieningen gelijk aan de werkelijke kosten, met dien verstande dat indien de kosten naar verwachting per kalenderjaar hoger zijn dan € 500,- vooraf instemming van het college is vereist. indien de kosten als bedoeld onder sub c zijn gemaakt zonder instemming vooraf van het college dan bedraagt de financiële tegemoetkoming maximaal € 500,-. Een financiële tegemoetkoming voor een training als bedoeld in artikel 5.6 van de verordening is gelijk aan de werkelijke dan wel de verwachte werkelijke kosten van maximaal 5 lessen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel