**1..** De gebruiksduur van een met een persoonsgebonden budget aangeschafte vervoersvoorziening of hulpmiddel wordt gelijk gesteld met de afschrijvingstermijn die voor deze voorzieningen door de contractleverancier van voorzieningen in natura wordt gehanteerd.
**2..** Indien een voorziening niet door de contractleverancier in natura wordt geleverd, dan bedraagt de gebruiksduur:
7 jaar indien het een voorziening voor volwassenen betreft;
5 jaar indien het een voorziening voor kinderen betreft;
het aantal jaren dat overwegend in de praktijk wordt gehanteerd indien dit afwijkt van de duur genoemd onder a en b.
**3..** Indien een voorziening als die waarop de aanvraag betrekking heeft reeds eerder krachtens de Wet Maatschappelijke ondersteuning in de vorm van een persoonsgebonden budget is verstrekt en de normale afschrijvingstermijn van de voorziening nog niet is verstreken, dan bestaat geen recht op een persoonsgebonden budget,tenzij:
sprake is van gewijzigde omstandigheden die aanpassing of vervanging van de voorziening noodzakelijk maken;
de voorziening niet meer voldoet of teniet is gegaan als gevolg van een calamiteit die niet aan belanghebbende is te wijten.
**4..** Indien de persoon aan wie een persoonsgebonden voor een zorgvoorziening is toegekend overlijdt dan wordt de verstrekking van het persoonsgeboden budget beëindigd met ingang van de 1e dag van de kalendermaand volgend op de maand van overlijden.
Hoofdstuk 6
Artikel 28
Beperkingen persoonsgebonden budget
Onderdeel van Besluit nadere regels individuele voorzieningen gemeente Heumen 2011