1 De eigenaar of houder van een hond is verplicht ervoor te zorgen dat indien de hond zich van uitwerpselen ontdoet deze onmiddellijk worden opgeruimd;
2. Het gebod genoemd onder lid 1 geldt niet voor een blindengeleidehond of een ‘gehandicaptenhond’ die als zodanig door een erkende instantie is erkend;
3. De opruimplicht geldt niet in gebieden:
a. Binnen en buiten de bebouwde kom op de door het college aangewezen uitlaatplaatsen en losloopgebieden die als zodanig zijn aangeduid;
b. In de overige openbare ruimte buiten de bebouwde kom;
c. Het college kan buiten de bebouwde kom gebieden en/of locaties aanwijzen waar wel een opruimplicht geldt.
4. De strafbaarheid wegens overtreding van het in het eerste lid gestelde gebod wordt opgeheven indien de eigenaar of houder van de hond er zorg voor draagt dat de uitwerpselen onmiddellijk worden verwijderd.
Hoofdstuk 2 › Afdeling 11
Artikel 2.49
Verontreiniging door honden
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening voor de gemeente Maasgouw