Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5 › Afdeling 6

Artikel 5.29

Verbod innemen ligplaats buiten de havens

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening voor de gemeente Maasgouw

1. Onverminderd het in artikel 5:25 bepaalde is het verboden met een vaartuig buiten de havens, langer dan 3 achtereenvolgende dagen op dezelfde plaats ligplaats te houden of, indien het vaartuig is verhaald, binnen 3 dagen wederom dezelfde ligplaats in te nemen. Voor de toepassing van dit verbod wordt onder dag verstaan de tijd tussen 00.00 uur en 24.00 uur. 2. Met haven in lid 1 wordt bedoeld een tot duurzame exploitatie bestemde accommodatie te land en/of te water, waar, al dan niet bedrijfsmatig, gelegenheid wordt geboden tot het ter plaatse al dan niet onder toezicht, gedurende een bepaalde tijd achterlaten van een vaartuig, ongeacht of met die exploitatie al of niet winst wordt beoogd. 3. Indien het vaartuig wordt verhaald naar een plaats gelegen binnen een afstand van 500 meter hemelsbreed gemeten van een eerder ingenomen verboden ligplaats, wordt het vaartuig geacht op dezelfde plaats te zijn blijven liggen. 4. Het in lid 1 vermelde verbod geldt niet voor bedrijfsvaartuigen die direct of indirect betrokken zijn bij ontgronding danwel bij de inrichting van de wateren. 5. Het college kan gedeelten van wateren aanwijzen, waar de in lid 1 vervatte verboden niet gelden ten aanzien van visboten. 6. Het college kan aan de schipper op een vaartuig voorschriften stellen met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats in het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, de milieuhygiëne en het aanzien van de gemeente. 7. Het verbod in het eerste lid en het bepaalde in het zesde lid geldt niet voor in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer, het Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, of in artikel 5:24 tot en met 5:28 van deze verordening.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel