Naast de in de artikelen 4:25 en 4:35 Awb en artikel 4 Asv genoemde gevallen kan de subsidie worden geweigerd indien naar het oordeel van het college:
de subsidieaanvrager niet voldoende bijdraagt aan de ketenbenadering;
er voor soortgelijke activiteiten al subsidie wordt verleend;
de activiteiten onvoldoende bijdragen aan de concrete doelstellingen die zijn opgenomen in de beleidsdocumenten “Beschermd en Weerbaar” en “De volgende fase” waarin het kabinetsbeleid is verwoord voor de periode 2008-2011
de aard en omvang van de activiteit(en) waarvoor subsidie wordt aangevraagd niet aansluiten op de door het college geconstateerde tekorten en behoeften
de activiteit waarvoor subsidie wordt aangevraagd, niet kosteneffectief is omdat de verhouding tussen het gevraagde subsidiebedrag per eenheid en de prestaties slechter is dan een door het college te bepalen norm
de activiteit waarvoor subsidie wordt aangevraagd uitsluitend of mede tot doel heeft de deelnemers te overtuigen van een politieke, godsdienstige of levensbeschouwelijke overtuiging;
de voorzieningen van de aanbieder onvoldoende toegankelijk zijn voor mensen met een beperking
de subsidieaanvrager niet is ingebed in de lokale of regionale zorgstructuur;
de regiogemeente waarbinnen de te subsidiëren activiteit wordt verricht en/of voor wiens lokale bevolking de activiteit primair is bedoeld, vanuit de eigen verantwoordelijkheid voor die activiteit bezien onvoldoende bijdraagt in de kosten van de activiteit;
de financiële continuïteit van de bedrijfsvoering van de subsidieaanvrager niet is gegarandeerd.
Hoofdstuk 2
Artikel 10
Aanvullende weigeringsgronden
Onderdeel van Subsidieregeling vrouwenopvang en huiselijk geweld 2012 tot en met 2015