Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 16

Aanvraag vaststelling subsidie

Onderdeel van Subsidieregeling vrouwenopvang en huiselijk geweld 2012 tot en met 2015

1.. De aanvraag tot vaststelling van de subsidie dient schriftelijk vóór 1 mei van het jaar, volgend op het jaar waarover subsidie is verleend bij het college te worden ingediend. 2.. De aanvraag tot vaststelling van de subsidie dient vergezeld te gaan van de volgende stukken: a een daadwerkelijk, schriftelijk verzoek tot vaststelling van de verleende subsidie; b een verslag van de verrichte activiteiten met een beschrijving van de gevolgde werkwijze en het behaalde resultaat in relatie tot de bij de subsidieverlening vastgestelde resultaatverplichtingen en een overzicht van de gerealiseerde inkomsten en uitgaven, voor zover deze betrekking hebben op de activiteiten waarvoor subsidie is verleend; 3.. In aanvulling op de in het tweede lid genoemde stukken kan het college in de beschikking tot subsidieverlening aangeven dat bij de aanvraag tot subsidievaststelling een of meer van de volgende stukken moeten worden meegezonden: a een door het bestuur ondertekende jaarrekening met daarin minimaal een staat van baten en lasten alsmede een balans en toelichtingen daarop; b een verklaring omtrent van getrouwheid en rechtmatigheid, afgegeven door een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek alsmede het accountantsrapport waarop de verklaring is gebaseerd. c een door een accountant opgesteld rapport van specifieke werkzaamheden met betrekking tot de activiteiten waarvoor subsidie is verleend. 4.. Binnen 12 weken na indiening van de complete aanvraag tot subsidievaststelling neemt het college daarover een bestuit.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel