De vergunning kan door het bevoegd gezag worden ingetrokken indien:
blijkt dat de vergunning tengevolge van een onjuiste of onvolledige opgave is verleend;
blijkt dat de vergunninghouder de voorschriften als bedoeld in artikel 10 niet naleeft;
de omstandigheden aan de kant van de vergunninghouder zich zodanig hebben gewijzigd dat het belang van het monument zwaarder dient te wegen;
niet binnen 26 weken van de vergunning gebruik wordt gemaakt;
De intrekking wordt in afschrift gezonden aan de monumentencommissie.