Indien en voor zover blijkt dat een belanghebbende ten gevolge van:
De weigering van het bevoegd gezag een vergunning als bedoeld in artikel 10 tot wijziging, afbraak of verwijdering van een gemeentelijk monument te verlenen;
De voorschriften door het bevoegd gezag verbonden aan een vergunning als bedoeld in artikel 10 tot wijziging, afbraak of verwijdering van een gemeentelijk monument;
Schade lijdt of zal lijden die redelijkerwijs niet of niet geheel te zijnen laste behoort te blijven, kent het bevoegd gezag hem op zijn verzoek een naar billijkheid te bepalen schadevergoeding toe.