Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Maatstaf van heffing en belastingtarief

Onderdeel van Verordening forensenbelasting Bronckhorst 2011

1. De belasting wordt geheven naar de heffingsmaatstaf voor de onroerendezaakbelastingen zoals die voor het belastingobject waarvan de woning deel uitmaakt voor het tijdvak waarbinnen het belastingjaar valt is vastgesteld. 2. In afwijking van het eerste lid wordt de belasting geheven naar de waarde, indien de heffingsmaatstaf voor de onroerendezaakbelastingen voor het belastingobject waarvan de woning deel uitmaakt voor het belastingjaar is vastgesteld met toepassing van artikel 16, onderdeel e, van de Wet waardering onroerende zaken. 3. In geval geen heffingsmaatstaf voor de onroerendezaakbelastingen is vastgesteld, wordt de belasting geheven naar de waarde. 4. De vaststelling van de waarde bedoeld in het tweede en derde lid geschiedt overeenkomstig de artikelen 220 tot en met 220d van de Gemeentewet, met dien verstande dat daarbij artikel 16, onderdeel e, van de Wet waardering onroerende zaken niet wordt toegepast. 5. De belasting bedraagt bij een waarde van: € 0,- tot € 100.000,- € 195,- ; € 100.000,- tot € 200.000,- € 223,- ; € 200.000,- tot € 250.000,- € 250,- ; € 250.000,- tot € 300.000,- € 279,- ; € 300.000,- tot € 350.000,- € 306,-; € 350.000,- tot € 400.000,- € 335,-; € 400.000,- of meer € 364,-.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel