In deze verordening wordt verstaan onder:
de wet: de Wet werk en bijstand (Stb. 2003, 375);
wet SUWI:de Wet structuur uitvoeringsorganisaties werk en inkomen (S taatsblad 2001, 692)
bijstand: algemene en bijzondere bijstand, zoals bedoeld in de wet;
algemene bijstand:de bijstand ter voorziening in de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan;
bijzondere bijstand: de bijstand bedoeld in artikel 35, eerste lid, alsmede artikel 12 van de Wet werk bijstand;
bijstandsnorm: de bijstandsnorm bedoeld in hoofdstuk 3, paragraaf 3.2 en 3.3 van de Wet werk en bijstand;
langdurigheidstoeslag: de toeslag bedoeld in artikel 36 van de Wet werk en bijstand;
maatregel: de verlaging/afstemming van de bijstand;
belanghebbende:degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken;
inlichtingenplicht:de verplichting bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de Wet werk en bijstand;
benadelingsbedrag: de bijstand die als gevolg van het niet of niet behoorlijk nakomen van de inlichtingenverplichting ten onrechte of te veel verstrekt is;
College: het College van burgemeester en wethouders van de gemeente;
algemeen geaccepteerde arbeid: elke vorm van (gesubsidieerde) arbeid, behalve werk in de WSW en gewetensbezwarend werk. Voorheen uitgeoefende beroep, ervaring, opleidingsniveau, leeftijd of reistijd zijn geen geldige redenen om arbeid te weigeren