In deze verordening wordt verstaan onder:
gemeente: gemeente Noordenveld;
college: college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Noordenveld;
peuterspeelzaalwerk: het buiten de gezinssituatie aanbieden van speelgelegenheid voor kinderen van twee tot vier jaar gedurende een of meer dagdelen van maximaal 3 uur per week met als doel kinderen met elkaar in contact te brengen en samen te laten spelen waardoor hun sociale, cognitieve, motorische en emotionele ontwikkeling kan worden bevorderd; doel, aanpak en kwaliteit van het werk zijn afhankelijk zijn van het gekozen niveau van de peuterspeelzaal als gedefinieerd onder punt i, j. en k. van dit artikel;
peuterspeelzaal: een ruimtelijke voorziening waar peuterspeelzaalwerk plaatsvindt;
houder: degene die een peuterspeelzaal exploiteert;
beroepskracht: een professionele en ter zake deskundige medewerker waarmee door de instelling een arbeidsovereenkomst is gesloten
leidster : beroepskracht die in een peuterspeelzaal werkzaamheden verricht die zijn opgenomen in de voor het peuterspeelzaalwerk geldende CAO en die beschikt over voor deze werkzaamheden passende beroepskwalificaties;
begeleider: degene die anders dan als beroepskracht is belast met de begeleiding van kinderen bij een peuterspeelzaal;
peuterspeelzaal niveau 0: peuterspeelzaal met als doel kinderen onder vertrouwde begeleiding en in een kindvriendelijke en veilige omgeving met andere kinderen in contact te brengen en met elkaar te laten spelen;
peuterspeelzaal niveau 1: peuterspeelzaal met als doel kinderen onder professionele leiding in een kindvriendelijke en veilige omgeving met andere kinderen in contact te brengen en samen te laten spelen, waarbij aanpak en programma er op gericht zijn om de sociale, cognitieve, motorische en emotionele ontwikkeling van de kinderen te stimuleren en (dreigende) achterstand te signaleren;
peuterspeelzaal niveau 2: peuterspeelzaal met als doel kinderen onder professionele leiding in een kindvriendelijke en veilige omgeving met andere kinderen in contact te brengen en samen te laten spelen, waarbij aanpak en programma er specifiek en systematisch op gericht zijn om de sociale, cognitieve, motorische en emotionele ontwikkeling van de kinderen te stimuleren en systematisch te volgen zodat (dreigende) achterstand wordt gesignaleerd en waar mogelijk wordt bestreden.