Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 4.

Artikel 18.

Aanwijzing en bevel

Onderdeel van Verordening Peuterspeelzalen 2005

1.. Het college kan de houder een schriftelijke aanwijzing geven indien uit het inspectierapport blijkt dat deze de voorschriften in deze verordening niet of in onvoldoende mate naleeft. 2.. In de aanwijzing geeft het college met redenen omkleed aan op welke punten de voorschriften niet of in onvoldoende mate worden nageleefd, alsmede de daarvoor te nemen maatregelen. 3.. Indien de toezichthouder oordeelt dat de kwaliteit van de opvang bij een peuterspeelzaal zodanig tekortschiet dat het nemen van maatregelen redelijkerwijs geen uitstel kan lijden, kan de toezichthouder een schriftelijk bevel geven. Het bevel heeft een geldigheidsduur van zeven dagen, die door het college kan worden verlengd. 4.. De houder neemt de maatregelen binnen de bij de aanwijzing onderscheidenlijk het bevel gestelde termijn.

Rechtspraak bij dit artikel