Naar hoofdinhoud

Artikel 11

Artikel 11

Onderdeel van Bezoldigingsvordening

1.. Bij onvoldoende bekwaamheid, geschiktheid of onvoldoende dienstijver kan: voor een niet-volwassene bij het bereiken van een hogere leeftijd geen dan wel een gedeeltelijke verhoging van het salaris worden toegekend; voor een volwassene de salarisanciënniteit door het bestuursorgaan worden vastgesteld op een geringer tijdvak dan is aangegeven in artikel 10, dan wel worden bepaald, dat verdere diensttijd niet of slechts ten delen zal medetellen voor de vaststelling van de salarisanciënniteit. 2.. Toepassing van het bepaalde in het eerste lid mag niet leiden tot vermindering van het reeds toegekende salaris. 3.. Indien na toepassing van het bepaalde in het eerste lid daartoe termen aanwezig zijn, kan het bestuursorgaan bepalen, dat de daaruit voor de ambtenaar voortvloeiende nadelen, hetzij met terugwerkende kracht, hetzij voor de toekomst, geheel of gedeeltelijk ongedaan worden gemaakt. 4.. Van de ingevolge dit artikel genomen maatregelen wordt de betrokken ambtenaar onverwijld mededeling gedaan, onder opgave van de daaruit voor de eerstvolgende verhoging van zijn salaris voortvloeiende gevolgen. Deze mededeling wordt, onder vermelding van de redenen, schriftelijk door het bestuursorgaan bevestigd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel