**1.** Eerste categorie: Het college verlaagt de uitkering met 10 % van de uitkeringsnorm voor de duur van een maand bij:
het zich niet tijdig laten registreren als werkzoekende bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen of het niet tijdig laten verlengen van de registratie.
**2.** Tweede categorie: Het college verlaagt de uitkering met 20 % van de uitkeringsnorm voor de duur van een maand bij:
het niet naar vermogen trachten algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen of te aanvaarden;
het niet of in onvoldoende mate meewerken aan een onderzoek naar de mogelijkheden tot arbeidsinschakeling.
**3.** Derde categorie: Het college verlaagt de uitkering met 30 % van de uitkeringsnorm voor de duur van twee maanden bij: a. gedragingen die de inschakeling in de arbeid belemmeren; b. het niet of in onvoldoende gebruikmaken van een door het college aangeboden voorziening gericht op arbeidsinschakeling, waaronder begrepen sociale activering.
**4.** 4.Onverminderd artikel 4, eerste lid, legt het college, met inachtneming van artikel 20, vierde lid IOAW/IOAZ, voor onbepaalde duur een maatregel op indien de belanghebbende door eigen toedoen een inkomen uit of in verband met arbeid is verloren en:
aan de beëindiging van zijn dienstbetrekking een dringende reden ten grondslag ligt in de zin van artikel 678 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek dan wel
de dienstbetrekking is beëindigd door of op verzoek van de belanghebbende zonder dat aan de voortzetting ervan zodanige bezwaren waren verbonden, dat deze voortzetting redelijkerwijs niet van hem zou kunnen worden gevergd dan wel
indien de belanghebbende door eigen toedoen een inkomen uit of in verband met arbeid is verloren.
**5.** De hoogte van de maatregel, genoemd in het vierde lid, bedraagt 100 % van de uitkeringsnorm.
**6.** Het college heroverweegt een besluit als bedoeld in het vierde lid binnen een door hem te bepalen termijn die ten hoogste drie maanden bedraagt.