Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 21

Persoonsgebonden budget

Onderdeel van Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Bronckhorst 2010

1. Op het persoonsgebonden budget zoals genoemd in artikel 6 van de wet, zijn de volgende voorwaarden van toepassing: een persoonsgebonden budget is vergelijkbaar aan een voorziening in natura en toereikend een persoonsgebonden budget wordt alleen verstekt ten aanzien van individuele voorzieningen en als deze langdurig noodzakelijk zijn de omvang van het persoonsgebonden budget is, met uitzondering van het persoonsgebonden budget voor vergoeding van een arbeidsverhouding als bedoeld in artikel 5 lid 1 van de Wet op de loonbelasting 1964, de tegenwaarde van de in de betreffende situatie goedkoopst-adequate te verstrekken voorziening in natura. Een persoonsgebonden budget wordt, indien nodig, aangevuld met een vergoeding voor instandhoudingskosten, zoals vastgelegd in het Besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Bronckhorst de wijze waarop het persoonsgebonden budget wordt vastgesteld en uitbetaald wordt door het college vastgelegd in het Besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Bronckhorst 2. De toekenning van het te verstrekken persoonsgebonden budget, de omvang en/of de looptijd ervan worden bij beschikking vastgesteld. 3. Bij de beschikking wordt een programma van eisen verstrekt waarin aangegeven is aan welke vereisten de met het persoonsgebonden budget te verwerven voorziening(en) dient te voldoen. 4. Na verzending van de beschikking wordt het persoonsgebonden budget ter beschikking gesteld door storting op de rekening van de ondersteuningsvrager. 5. Het college gaat steekproefsgewijs na of het verstrekte persoonsgebonden budget besteed is aan het doel waarvoor het verstrekt is. De budgethouder is verplicht de daarvoor noodzakelijke bescheiden, zoals genoemd in het Besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Bronckhorst, op verzoek van het college per omgaande te verstrekken. 6. Na ontvangst van de in het vorige lid bedoelde bescheiden, wordt door het college beoordeeld of er aanleiding bestaat het persoonsgebonden budget geheel of ten dele terug te vorderen, te verrekenen en/of te beëindigen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel