**1.** Een ondersteuningsvrager kan voor de in artikel 46 onder a vermelde voorziening in aanmerking komen indien aantoonbare beperkingen het gebruik van het openbaar vervoer of het bereiken van het openbaar vervoer onmogelijk maken.
**2.** Een ondersteuningsvrager kan voor de in artikel 46 onder b, c en d vermelde voorziening in aanmerking komen wanneer aantoonbare beperkingen het gebruik van een collectief systeem als bedoeld in artikel 46 onder a onmogelijk maken dan wel niet aanwezig is.
**3.** Voor de bij artikel 46 onder b en c genoemde voorzieningen geldt, in afwijking van het gestelde in het vorige lid, dat zij ook verstrekt kunnen worden in aanvulling op het gebruik van een collectief vervoersysteem als bedoeld in artikel 46 onder a.
**4.** Bij het vaststellen van de hoogte van het persoonsgebonden budget voor vervoerskosten als bedoeld in artikel 46 onder c kan rekening worden gehouden met de individuele vervoersbehoefte van de ondersteuningsvrager en de mate waarin een collectief systeem als bedoeld in artikel 46 onder a in die vervoersbehoefte kan voorzien.
**5.** Indien de vervoersbehoeften van echtgenoten, beiden geïndiceerde ondersteuningsvragers voor de voorziening als bedoeld in artikel 46 onder a, niet samenvallen wordt twee maal de voorziening toegekend. Bij de voorzieningen als bedoeld in artikel 46 onder b en c wordt in zo’n situatie niet meer dan anderhalf maal een enkele voorziening toegekend.
Hoofdstuk 8
Artikel 47
Algemene vervoersvoorziening en recht op een vervoersvoorziening
Onderdeel van Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Bronckhorst 2010