Het algemeen bestuur treedt ten aanzien van de regeling in de bevoegdheden van de raden der gemeenten.
Het algemeen bestuur kan de uitoefening van de door hem te bepalen bevoegdheden volgens door hem te stellen regelen opdragen aan het dagelijks bestuur of aan de commissie als bedoeld in artikel 19 van de regeling, met uitzondering van:a. het vaststellen en wijzigen van de begroting;b. het vaststellen van de rekening;c. de benoeming, de schorsing of het ontslag van de directeur;d. het nemen van besluiten over het instellen van commissies, als bedoeld in de artikelen 18 en 19 van de regeling.
Het algemeen bestuur kan voor afzonderlijke taken en activiteiten van de dienst een bedrijf of andere tak van dienst instellen.