De voorzitter is belast met:a.de leiding van de vergaderingen van het algemeen bestuur en van het dagelijks bestuur;b. het ondertekenen van alle stukken die van het algemeen bestuur en dagelijks bestuur uitgaan;c. het zorgdragen voor het ten uitvoer brengen van de besluiten van het algemeen bestuur;d. het uitvoeren van de besluiten van het dagelijks bestuur;e. het vertegenwoordigen in en buiten rechte van de dienst;f. de zorg voor het doen instellen van voorlopig onderzoek in zaken met een spoedeisend karakter.
De voorzitter kan, onder eigen verantwoordelijkheid, welke van het dagelijks bestuur of van hem uitgaan opdragen aan één of meer door hem aangewezen medewerkers van de dienst.
De voorzitter kan de vertegenwoordiging van de dienst opdragen aan een door hem aangewezen gemachtigde.
In rechtsgedingen tussen de dienst en de gemeente die hem heeft afgevaardigd, wordt de voorzitter vervangen door een lid van het algemeen bestuur dat geen lid van het bestuur van de betreffende gemeente is.
Artikel 273 van de gemeentewet is op de voorzitter van overeenkomstige toepassing.