Naar hoofdinhoud

Artikel 8.

Uitoefening bevoegdheden

Onderdeel van Verordening Adviescommissie bezwaarschriften

De bevoegdheden ingevolge de hierna genoemde artikelen van de Awb worden voor de toepassing van deze verordening uitgeoefend door of namens de voorzitter van de commissie: artikel 2:1, tweede lid; artikel 6:6, wat betreft het de indiener stellen van een termijn; artikel 6:14, eerste lid, wat betreft het bericht van ontvangst; artikel 6:17, voor zover het de verzending van stukken betreft tijdens de behandeling door de commissie; artikel 7:4, tweede lid; artikel 7:6, vierde lid, De in deze verordening toegekende bevoegdheden aan de commissie respectievelijk de voorzitter van de commissie kunnen - met uitzondering van het bepaalde in artikel 7:3 van de wet - namens dezen, door de secretaris van de commissie worden uitgeoefend.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel