Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3

Artikel 7

Werken met subsidies

Onderdeel van Reïntegratieverordening Wet werk en bijstand BOL

1.. Door of namens het college kan ten behoeve van de arbeidsinschakeling van een bijstandsgerechtigde aan een werkgever een subsidie worden verstrekt. 2.. De subsidie wordt door of namens het college verleend indien: het college van oordeel is dat de bijstandsgerechtigde zonder subsidie geen dienstbetrekking wordt aangeboden; tussen de werkgever en de bijstandsgerechtigde een schriftelijke dienstbetrekking wordt aangegaan voor onbepaalde duur dan wel voor een ononderbroken duur van tenminste 3 maanden, met een arbeidsduur van tenminste 10 uur per week; de werkgever voorafgaand aan de ingangsdatum van de dienstbetrekking, een kopie hiervan bij het college indient, tenzij de dienstbetrekking tot stand is gekomen door tussenkomst van het college dan wel in opdracht van het college, door tussenkomst van een reïntegratiebureau; de werkgever voor de loonkosten van de werknemer geen andere subsidie of tegemoetkoming ontvangt; de werkgever, op verzoek van Burgemeester en Wethouders, schriftelijk verklaart dat gedurende 6 maanden voorafgaand aan de indienstneming van de bijstandsgerechtigde, geen werknemers op grond van bedrijfseconomische redenen zijn ontslagen; 3.. De subsidie wordt geweigerd indien: de dienstbetrekking door toedoen van de werkgever feitelijk korter duurt dan de overeengekomen periode waarover subsidie wordt verleend, tenzij dit wordt veroorzaakt door een gewettigd ontslag; door het aangaan van de dienstbetrekking verdringing van bestaande werkgelegenheid plaatsvindt. 4.. Het college bepaalt de hoogte en de duur van de subsidie, waarbij het college rekening kan houden met de afstand tot de arbeidsmarkt van de uitkeringsgerechtigde waarvoor de subsidie wordt verstrekt. Het college stelt hiertoe nadere regels. 5.. Het college is bevoegd na het verstrijken van de eerste maand van de dienstbetrekking, elke maand een voorschot te verstrekken. 6.. Indien de dienstbetrekking eerder eindigt dan de periode waarover subsidie verleend is wordt de subsidie naar evenredigheid verminderd voor elke volle maand dat de dienstbetrekking feitelijk korter heeft geduurd. 7.. Door of namens het college kan aan een werkgever een opleidingssubsidie worden verstrekt voor de in verband met de dienstbetrekking van de werknemer door werkgever betaalde opleidingskosten. Het college bepaald de maximale hoogte van de opleidingssubsidie. de opleidingssubsidie wordt met inachtneming van het door het college bepaalde maximum verstrekt in de vorm van een vast bedrag, waarbij wordt uitgegaan van de werkelijk te maken dan wel gemaakte kosten. 8.. Binnen een maand na het einde van de dienstbetrekking dan wel binnen een maand na het verstrijken van de overeengekomen periode, dient de werkgever overeenkomstig een door het college vast te stellen model, een einddeclaratie bij het college in. In bijzondere gevallen kan hiervan worden afgeweken. 9.. De definitieve vaststelling van de subsidie als bedoeld in het eerste lid vindt door of namens het college plaats binnen 6 maanden na indiening van de deugdelijk bevonden einddeclaratie. 10.. Het college kan nadere regels stellen voor een goede uitvoering van dit artikel.

Rechtspraak bij dit artikel