**1.** Het afdelingshoofd is ten aanzien van de mandateringslijst bevoegd, tenzij anders is bepaald, tot uitoefening van de bevoegdheden als vermeld in bijlage A alsmede van de bevoegdheden vermeld in de bijlage voor de betreffende clusters
**2.** De organisatie bestaat uit vier afdelingen: Dienstverlening, Ontwikkeling, Beheer en Ondersteuning. De vier afdelingen zijn onderverdeeld in clusters.
De uitoefening van de in bijlage 1a (afdeling Dienstverlening) van dit besluit beschreven bevoegdheden wordt opgedragen aan het afdelingshoofd van de clusters: Klantadvies, Burgerzaken, Klantproducten, Secretariaat;
De uitoefening van de in bijlage 1b (afdeling Dienstverlening) van dit besluit beschreven bevoegdheden wordt opgedragen aan het afdelingshoofd van de clusters: Vergunningen, Veiligheid;
De uitoefening van de in bijlage 1c (afdeling Dienstverlening) van dit besluit beschreven bevoegdheden wordt opgedragen aan het afdelingshoofd van de clusters: Participatie, Uitkeringsadministratie;
De uitoefening van de in bijlage 2 (afdeling Ontwikkeling) van dit besluit beschreven bevoegdheden wordt opgedragen aan het afdelingshoofd van de clusters: Wonen en werken, Ontspannen, Financiën en interne controle;
De uitoefening van de in bijlage 3 (afdeling Beheer) van dit besluit beschreven bevoegdheden wordt opgedragen aan het afdelingshoofd van de clusters: Civiel, Groen, Geo-informatie, Vastgoedbeheer, Toezicht en handhaving, Sport, Rayonbeheer, Secretariaat;
De uitoefening van de in bijlage 4 (afdeling Ondersteuning) van dit besluit beschreven bevoegdheden wordt opgedragen aan het afdelingshoofd van de clusters: Documentaire informatievoorziening, Informatisering en automatisering, Facilitair, Belastingen/WOZ, Financiële administratie, Personeels- en salarisadministratie, Secretariaat.
**3.** Het afdelingshoofd is gerechtigd de aan hem gemandateerde bevoegdheden geheel of gedeeltelijk onder te mandateren aan de onder hem werkzame medewerkers. Hij kan de betreffende medewerkers daartoe instructies geven.
**4.** De ondergemandateerde bevoegdheden als bedoeld in het tweede lid worden door het afdelingshoofd vastgelegd in een ondermandaatbesluit. Dit besluit bevat een overzicht van al de door het afdelingshoofd verleende ondermandaten onder vermelding van de medewerkers die tot de uitoefening van de desbetreffende ondermandaten bevoegd zijn. De door het afdelingshoofd gemandateerde medewerkers zijn niet gerechtigd tot het verlenen van ondermandaat.
**5.** Het ondermandateren van bevoegdheden als bedoeld in de voorafgaande leden geschiedt schriftelijk.
Artikel 3
Mandaatverlening aan de afdelingshoofden
Onderdeel van Besluit mandaat, volmacht en machtiging 2010