Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Spandoeken

Onderdeel van Uitvoeringsprogramma tijdelijke reclameuitingen 2010

Grondslag: artikel 2.1.5.1. APV Op grond van artikel 2.1.5.1. van de APV is het verboden zonder vergunning van het college van burgemeester en wethouders de weg of het weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig de bestemming ervan. Het beleid is er op gericht spandoeken alleen toe te staan voor fondsverwervende reclame dit om wildgroei tegen te gaan. Onder fondsverwervende reclame wordt verstaan: reclame voor goede doelen door instellingen die bij het CBF (Centraal Bureau Fondsenwerving) aangesloten zijn. Voorschriften met betrekking tot spandoeken: •  alleen toegestaan voor fondsverwervende reclame; •  plaatsing in deze vorm voor maximaal 2 weken; •  als een spandoek over de openbare weg is gespannen, is de minimale hoogte in verband met verkeersveiligheid minimaal 4.50 meter boven de weg; •  een spandoek mag de verkeersveiligheid niet in gevaar brengen; •  niet toegestaan in beschermde stads- en dorpsgezichten (Bronkhorst en de Dorpsstraat Hummelo en Laag-Keppel). Het college van burgemeester en wethouders kan in bijzondere gevallen ontheffing verlenen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel