Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Rekenkamercommissie

Onderdeel van Verordening op de rekenkamercommissie

Er is een rekenkamercommissie. De rekenkamercommissie voert onderzoek uit naar de (maatschappelijke) effecten van het gemeentelijk beleid en naar de rechtmatigheid, doelmatigheid en doeltreffendheid van het gemeentelijke beleid, van het gemeentelijk beheer en van de gemeentelijke organisatie, naar de rechtmatigheid van het gemeentelijk beheer, alsmede naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van instellingen waarvan de activiteiten geheel of in belangrijke mate door de gemeente worden bekostigd. De rekenkamercommissie bestaat uit één lid. Het lid zoals bedoeld in het vorige lid legt, alvorens hij de functie kan uitoefenen, in een vergadering van de raad in de handen van de voorzitter van de raad de eed (verklaring en belofte) af: “Ik zweer (verklaar) dat ik, om tot lid van de rekenkamercommissie benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gunst heb gegeven of beloofd. Ik zweer (verklaar en beloof) dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk, enig geschenk of belofte heb aangenomen of zal aannemen. Ik zweer (beloof) dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als lid van de rekenkamercommissie naar eer en geweten zal vervullen. Zo waarlijk helpe mij God Almachtig! (Dat verklaar en beloof ik!)” Voor de periode 1 januari 2008 tot en met 31 december 2008 wordt de Directeur Rekenkamer Dordrecht benoemd als lid van de rekenkamercommissie. Ter uitvoering van het vorige lid wordt een samenwerkingsovereenkomst gesloten met de Rekenkamer Dordrecht. Na een evaluatie in het najaar 2008 wordt per 1 januari 2009 een rekenkamercommissie benoemd voor telkens 4 jaar. De bevoegdheden, genoemd in artikel 183 en 184 voor de Rekenkamer, zijn van overeenkomstige toepassing op deze verordening. Het lidmaatschap van het lid eindigt: op eigen verzoek; bij aanvaarding van een functie die onverenigbaar is met het lidmaatschap van de rekenkamercommissie; wanneer het lid bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak wegens misdrijf is veroordeeld, dan wel bij zulk een uitspraak een maatregel is opgelegd die vrijheids-beneming tot gevolg heeft; indien het lid bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak onder curatele is gesteld, in staat van faillissement is verklaard, surseance van betaling heeft verkregen of wegens schulden is gegijzeld. Het lid van de rekenkamercommissie kan door de raad worden ontslagen wanneer deze door ziekte, gebreken of ongeschiktheid niet in staat is de functie naar behoren te vervullen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel