Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Selectie onderzoeksonderwerpen

Onderdeel van Verordening op de rekenkamercommissie

Per jaar zullen twee onderzoeken (een groot en een klein) worden uitgevoerd. De rekenkamercommissie onderhoudt op basis van haar kennis van en ervaring met de gemeentelijke organisatie, gedurende het jaar een groslijst bij van potentiële onderzoeksonderwerpen. De rekenkamercommissie doet in oktober van elk jaar een oproep aan de raad en het college om geschikte onderzoeksonderwerpen aan te dragen. De rekenkamercommissie houdt bij haar werkzaamheden rekening met de onderzoeken die worden ingesteld door het college en de externe accountant en overlegt hierover met hen om dubbele onderzoeken te voorkomen. Het college wordt jaarlijks in oktober schriftelijk verzocht, onder verwijzing naar artikel 213a van de Gemeentewet, een opgave te doen van de krachtens dit artikel uitgevoerde en voor het komende jaar geplande onderzoeken en de resultaten van uitgevoerde onderzoeken. De rekenkamercommissie maakt in november een top vijf van onderzoekswaardige onderwerpen en doet van die vijf onderwerpen een kort oriënterend onderzoek naar het belang en de uitvoerbaarheid. Het opiniërend onderzoek genoemd in lid 6 wordt jaarlijks vóór 1 december ter kennis van de raad gebracht, waarbij de raad zijn voorkeur voor twee onderwerpen uitspreekt. Op basis van het opiniërend onderzoek genoemd in lid 6 en de voorkeur van de raad, bepaalt de rekenkamercommissie haar keuze en stelt aan het einde van het kalenderjaar het onderzoeksplan voor het eerstvolgende jaar vast en stuurt het plan uiterlijk in december naar de raad en het college.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel