• - De in artikel 3 genoemde leden en de plaatsvervangende leden worden benoemd door het college.
  • - De leden en plaatsvervangende leden van de commissie worden benoemd voor een periode van onbepaalde tijd.
  • - De leden en plaatsvervangende leden van de commissie kunnen op ieder moment ontslag nemen. Zij dienen hun ontslag schriftelijk in bij het college.
  • - De leden van de commissie blijven bij situatie zoals beschreven in lid 2, bevoegd hun functie te vervullen totdat in hun opvolging is voorzien.
  • - Het college schorst of ontslaat de in artikel 3 genoemde leden indien zij door handelen of nalaten ernstig nadeel toebrengen aan het in hun gestelde vertrouwen.