De in artikel 3 genoemde leden en de plaatsvervangende leden worden benoemd door het college.
De leden en plaatsvervangende leden van de commissie worden benoemd voor een periode van onbepaalde tijd.
De leden en plaatsvervangende leden van de commissie kunnen op ieder moment ontslag nemen. Zij dienen hun ontslag schriftelijk in bij het college.
De leden van de commissie blijven bij situatie zoals beschreven in lid 2, bevoegd hun functie te vervullen totdat in hun opvolging is voorzien.
Het college schorst of ontslaat de in artikel 3 genoemde leden indien zij door handelen of nalaten ernstig nadeel toebrengen aan het in hun gestelde vertrouwen.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 1
Artikel 4
Benoeming, zittingsduur, schorsing en ontslag
Onderdeel van Verordening op de Bezwaarschriftencommissie ambtenarenzaken 2004