Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 9

De hoorzitting

Onderdeel van Verordening op de Bezwaarschriftencommissie ambtenarenzaken 2004

Voordat de commissie advies uitbrengt over het bezwaar, stelt het de belanghebbende(n) en het verwerend orgaan, in persoon of bij gemachtigde, in de gelegenheid te worden gehoord. De secretaris bepaalt namens de voorzitter de plaats van de zitting en in overleg met de commissie de datum en het tijdstip van de hoorzitting. De voorzitter besluit op basis van hoofdstuk 7 van de Awb of van het horen wordt afgezien. Indien de voorzitter op grond van lid drie besluit van het horen af te zien, doet hij daarvan mededeling aan de belanghebbende(n) en het verwerend orgaan. In het verlengde van artikel 9 hoort de commissie niet alleen de belanghebbende en het verwerend orgaan, maar ook andere informanten indien zij dit wenselijk acht en/of op verzoek. De commissie besluit op basis van hoofdstuk 7 van de Awb, of de belanghebbende(n), het verwerend orgaan, respectievelijk hun gemachtigden in elkaars aanwezigheid worden gehoord. Op verzoek van de belanghebbende(n) of het verwerend orgaan, kunnen de door dezen meegebrachte getuigen en deskundigen worden gehoord.

Rechtspraak bij dit artikel