Op aanvraag wordt de wethouder voor de uitoefening van zijn ambt een mobiele telefoon, eventueel met internet- en/of emailfaciliteiten, in bruikleen ter beschikking gesteld, die mede gebruikt mag worden voor privé doeleinden.
De kosten voor het inbouwen van het in het 1e lid bedoelde aansluiting in de auto van de wethouder komen voor rekening van de gemeente.
De wethouder ondertekent daartoe een bruikleenovereenkomst met de gemeente.
Het college stelt het model van de bruikleenovereenkomst vast.
Op de netto bezoldiging dan wel de netto onkostenvergoeding van de wethouder die de mobiele telefoon voor meer dan 10% mede gebruikt voor privé doeleinden, wordt een bedrag ingehouden dat gelijk is aan het bedrag dat op grond van de artikelen 38 respectievelijk 39 van de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001 tot het loon wordt gerekend.
Hoofdstuk III
Artikel 14
Mobiele telefoon
Onderdeel van Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden 2007