Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 5

Inrichting accountantscontrole

Onderdeel van Controleverordening 2011

1.. De accountant bepaalt binnen het kader van de opdrachtverlening de wijze waarop de accountantscontrole wordt ingericht, alsmede de aard en de omvang van de daarbij behorende werkzaamheden. 2.. De accountant bepaalt binnen het kader van de opdrachtverlening de frequentie van de uit te voeren controles. De accountant kan de controlewerkzaamheden zonder voorafgaande kennisgeving uitvoeren. 3.. De accountant is bij de uitvoering van zijn opdrachten gehouden aan de dan vigerende voorschriften inzake geheimhouding voor accountants. 4.. Ter bevordering van een efficiënte en doeltreffende accountantscontrole vindt minimaal twee keer per jaar overleg plaats tussen de accountant en de Auditcommissie.

Rechtspraak bij dit artikel