**1..** De bijstandsnorm wordt verhoogd met een toeslag als bedoeld in
artikel 25, eerste lid van de wet indien de alleenstaande en
alleenstaande ouder hogere algemeen noodzakelijke kosten van het
bestaan heeft dan waarin de bijstandsnorm voorziet als gevolg van
het niet of niet geheel kunnen delen van deze kosten met een
ander.
**2..** De toeslag als bedoeld in het eerste lid bedraagt 20% van de
gehuwdennorm voor de alleenstaande en alleenstaande ouder in wiens
woning geen ander zijn hoofdverblijf heeft.
**3..** De toeslag als bedoeld in het eerste lid bedraagt, behoudens het
bepaalde in artikel 7, 10% van de gehuwdennorm voor de alleenstaande
en alleenstaande ouder in wiens woning een ander zijn hoofdverblijf
heeft.
**4..** Indien de belanghebbende, tevens hoofdbewoner van de woning, de
algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan kan delen met meer dan
één persoon, wordt de toeslag als bedoeld in artikel 4 verder
verlaagd met 5% van de gehuwdennorm voor iedere volgende persoon die
zijn hoofdverblijf houdt in de woning.
**5..** Voor de toepassing van dit artikel worden:
gehuwden aangemerkt als één inwonende;
het niet verdienend kind en de verzorgingsbehoevende die
door belanghebbende wordt verzorgd niet aangemerkt als een
persoon met wie kosten kunnen worden gedeeld.
Hoofdstuk 3
Artikel 4
Toeslag alleenstaanden en alleenstaande ouders
Onderdeel van Verordening toeslagen en verlagingen Wet werk en bijstand 2008