Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 4

Toeslag alleenstaanden en alleenstaande ouders

Onderdeel van Verordening toeslagen en verlagingen Wet werk en bijstand 2008

1.. De bijstandsnorm wordt verhoogd met een toeslag als bedoeld in artikel 25, eerste lid van de wet indien de alleenstaande en alleenstaande ouder hogere algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan heeft dan waarin de bijstandsnorm voorziet als gevolg van het niet of niet geheel kunnen delen van deze kosten met een ander. 2.. De toeslag als bedoeld in het eerste lid bedraagt 20% van de gehuwdennorm voor de alleenstaande en alleenstaande ouder in wiens woning geen ander zijn hoofdverblijf heeft. 3.. De toeslag als bedoeld in het eerste lid bedraagt, behoudens het bepaalde in artikel 7, 10% van de gehuwdennorm voor de alleenstaande en alleenstaande ouder in wiens woning een ander zijn hoofdverblijf heeft. 4.. Indien de belanghebbende, tevens hoofdbewoner van de woning, de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan kan delen met meer dan één persoon, wordt de toeslag als bedoeld in artikel 4 verder verlaagd met 5% van de gehuwdennorm voor iedere volgende persoon die zijn hoofdverblijf houdt in de woning. 5.. Voor de toepassing van dit artikel worden: gehuwden aangemerkt als één inwonende; het niet verdienend kind en de verzorgingsbehoevende die door belanghebbende wordt verzorgd niet aangemerkt als een persoon met wie kosten kunnen worden gedeeld.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel