Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3:

Artikel 16

Inkomstenvrijlating

Onderdeel van Re-integratieverordening Wet werk en bijstand

1.. De uitkeringsgerechtigde die arbeid in deeltijd heeft of aanvaardt, waarmee een inkomen wordt verworven dat minder bedraagt dan de voor de uitkeringsgerechtigde van toepassing zijnde norm, ontvangt op aanvraag een vrijlating zoals bedoeld in artikel 31 tweede lid onder o van de wet. 2.. De inkomensvrijlating bedraagt 25% van dit inkomen uit arbeid gedurende zes aaneengesloten maanden tot het in artikel 31 tweede lid onder o van de wet genoemde maximum bedrag. 3.. De in het eerste lid genoemde vrijlating per uitkeringsperiode is eenmalig en is alleen van toepassing op inkomen uit algemeen geaccepteerde arbeid. In geval van onderbreking vindt geen verschuiving van de einddatum plaats. 4.. Het dagelijks bestuur stelt bij uitvoeringsbesluit nadere regels ten aanzien van de inkomstenvrijlating.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel