**1..** De uitkeringsgerechtigde die arbeid in deeltijd heeft of aanvaardt,
waarmee een inkomen wordt verworven dat minder bedraagt dan de voor
de uitkeringsgerechtigde van toepassing zijnde norm, ontvangt op
aanvraag een vrijlating zoals bedoeld in artikel 31 tweede lid onder
o van de wet.
**2..** De inkomensvrijlating bedraagt 25% van dit inkomen uit arbeid
gedurende zes aaneengesloten maanden tot het in artikel 31 tweede
lid onder o van de wet genoemde maximum bedrag.
**3..** De in het eerste lid genoemde vrijlating per uitkeringsperiode is
eenmalig en is alleen van toepassing op inkomen uit algemeen
geaccepteerde arbeid. In geval van onderbreking vindt geen
verschuiving van de einddatum plaats.
**4..** Het dagelijks bestuur stelt bij uitvoeringsbesluit nadere regels ten
aanzien van de inkomstenvrijlating.
Hoofdstuk 3:
Artikel 16
Inkomstenvrijlating
Onderdeel van Re-integratieverordening Wet werk en bijstand