Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4:

Artikel 20

Beëindiging

Onderdeel van Re-integratieverordening Wet werk en bijstand

1.. Het dagelijks bestuur zal de voorziening beëindigen als: een persoon die deelneemt aan een voorziening, zijn verplichtingen als bedoeld in artikel 5 van deze verordening en/of zijn verplichtingen als bedoeld in artikel 9 van de WWB, niet nakomt; een persoon die deelneemt aan een voorziening niet meer tot de doelgroep bedoeld in artikel 3 van deze verordening behoort; het dagelijks bestuur een andere voorziening aanbiedt; een persoon die deelneemt aan een voorziening neveninkomsten heeft, die naar oordeel van het dagelijks bestuur betekenen dat hij in staat is zonder voorziening een plaats te vinden of te behouden op de arbeidsmarkt. 2.. Beëindiging van de voorziening kan tevens inhouden: het opzeggen van de dienstbetrekking, bedoeld in de artikelen 11 en 15 eerste lid of het beëindigen van de subsidie, bedoeld in de artikelen 12 en 15 tweede lid van deze verordening. 3.. Wanneer een voorziening (voortijdig) beëindigd is zonder verwijtbare reden van de deelnemer en niet het beoogde doel heeft gehad, kan het dagelijks bestuur besluiten enige tijd geen nieuwe voorziening aan te bieden. 4.. Het dagelijks bestuur kan besluiten enige tijd geen (nieuwe) voorziening aan te bieden aan de betrokkene als een eerdere voorziening door verwijtbaar toedoen van de deelnemer (voortijdig) beëindigd is.

Rechtspraak bij dit artikel