Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben de advocaten A. Boumanjal en Y. Finani bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal P.H.P.H.M.C. van Kempen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
ECLI:NL:HR:2025:1511
Aanwezig hebben van cocaïne (art. 2.C Opiumwet) onder bodemplaat van kofferbak van auto. Reikwijdte van bevoegdheid tot ‘onderzoek’ aan vervoermiddelen a.b.i. art. 23 WED, beroep op onderscheid tussen ‘zoekend rondkijken’ en doorzoeken. Waren opsporingsambtenaren o.g.v. art. 23 WED bevoegd bodemplaat van kofferbak van de door verdachte bestuurde auto op te tillen? Reikwijdte van bevoegdheid van art. 23 WED tot het doen van onderzoek aan vervoermiddelen en hun lading komt, gelet op wetsgeschiedenis van die bepaling, overeen met reikwijdte van bevoegdheden tot het doen van onderzoek a.b.i. art. 5:18 en 5:19 Awb. Uit wetsgeschiedenis van art. 5:18 en 5:19 Awb volgt dat wetgever niet heeft beoogd reikwijdte van die bevoegdheden tot het doen van onderzoek te normeren aan de hand van onderscheid tussen ‘zoekend rondkijken’ en doorzoeken. Bevoegdheden van art. 5:18 en 5:19 Awb betreffen zelfstandige bevoegdheden om onderzoek te verrichten aan zaken dan wel vervoermiddelen en hun lading die (al dan niet na betreding van plaats o.g.v. art. 5:15 Awb) worden aangetroffen. Dat onderzoek vindt plaats met het oog op vervulling van betreffende taak van toezichthouder en strekt, gelet op art. 5:13 Awb, niet verder dan voor vervulling van die taak nodig is. In relatie tot bevoegdheid van art. 23 WED geldt, in lijn hiermee, dat in die bepaling genoemd onderzoek aan vervoermiddelen en hun lading moet plaatsvinden in het belang van opsporing met het oog op naleving van de in die bepaling genoemde voorschriften en dat dit onderzoek niet verder strekt dan voor vervulling van die taak nodig is. Met inachtneming van deze begrenzing hoeft uitvoering van dat onderzoek zich niet te beperken tot uitsluitend ‘zoekend rondkijken’. Hof heeft geoordeeld dat opsporingsambtenaar o.g.v. art. 23 WED bevoegd was tot betreffend onderzoek waarbij bodemplaat van kofferbak is opgetild. Hof heeft o.m. bij dat oordeel betrokken dat betreffend onderzoek redelijkerwijs nodig was voor vervulling van taak van verbalisant. Dat oordeel getuigt, gelet op wat hiervoor is overwogen, niet van onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. Volgt verwerping.
Lees de hele uitspraak met een gratis account
Je leest alle rechtsoverwegingen, de wetsverwijzingen en de gerelateerde uitspraken.
We gebruiken noodzakelijke cookies voor je account en beveiliging. We vragen je toestemming voor gebruiksstatistieken via Google Analytics, zonder je account of zoektermen. Meer over cookies