Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak C/13/553122/ HA ZA 13-1653 van de rechtbank Amsterdam van 26 maart 2014 en 17 september 2014;
b. het arrest in de zaak 200.162.994/01 van het gerechtshof Amsterdam van 22 december 2015.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.