- **1.** Voordat een zaak aanhangig is, of als het geding aanhangig is gemaakt, voordat de zaak op de rol is ingeschreven, kan de rechter op verzoek van een belanghebbende een of meer voorlopige bewijsverrichtingen bevelen. De wederpartij en andere belanghebbenden kunnen volgend op dat verzoek ook een of meer voorlopige bewijsverrichtingen verzoeken, waarna de rechter deze gezamenlijk kan behandelen.
- **2.** De rechter wijst het verzoek toe, tenzij hij van oordeel is dat:
- - **a.** de informatie die verlangd wordt, niet voldoende bepaald is;
- - **b.** onvoldoende belang bij de voorlopige bewijsverrichting bestaat;
- - **c.** het verzoek om voorlopige bewijsverrichtingen in strijd is met de goede procesorde;
- - **d.** sprake is van misbruik van bevoegdheid; of
- - **e.** andere gewichtige redenen bestaan die zich verzetten tegen de voorlopige bewijsverrichting.
Boek Eerste › titel Tweede › afdeling Negende › § 8
Artikel 196 Rv
Onderdeel van Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering· Procesrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2025
Bewaren kan ook zonder account
Houd art. 196 Rv bij de hand
Met een gratis account kun je dit artikel bewaren, tekst markeren en jezelf overhoren. Dat werkt op je laptop en op je telefoon.
- Geen reclame
- Je markeringen blijven van jou
- Werkt op je telefoon