1. 1. De Raad is belast met:
    • - a. de voorbereiding van de begroting voor de Raad en de gerechten gezamenlijk;
    • - b. de toekenning van budgetten ten laste van de rijksbegroting aan de gerechten;
    • - c. de ondersteuning van de bedrijfsvoering bij de gerechten;
    • - d. het toezicht op de uitvoering van de begroting door de gerechten;
    • - e. het toezicht op de bedrijfsvoering bij de gerechten;
    • - f. landelijke activiteiten op het gebied van werving, selectie, aanstelling, benoeming en opleiding van het personeel bij de gerechten.
  2. 2. Ter uitvoering van de in het eerste lid, onder c en e, genoemde taken is de zorg van de Raad in het bijzonder gericht op:
    • - a. automatisering en bestuurlijke informatievoorziening;
    • - b. huisvesting en beveiliging;
    • - c. de kwaliteit van de bestuurlijke en organisatorische werkwijze van de gerechten;
    • - d. personeelsaangelegenheden;
    • - e. overige materiële voorzieningen.