De chèque behelst:

  • - 1°. de benaming "chèque", opgenomen in den tekst zelf en uitgedrukt in de taal, waarin de titel is gesteld;
  • - 2°. de onvoorwaardelijke opdracht tot betaling van een bepaalde som;
  • - 3°. den naam van dengene, die betalen moet (betrokkene);
  • - 4°. de aanwijzing van de plaats, waar de betaling moet geschieden;
  • - 5°. de vermelding van de dagteekening, alsmede van de plaats, waar de chèque is getrokken;
  • - 6°. de handteekening van dengene, die de chèque uitgeeft (trekker).