Hij die zich, zonder daartoe gerechtigd te zijn, bevindt op enige grond die bezaaid, bepoot of beplant is, of die ter bezaaiing, bepoting of beplanting is gereedgemaakt, of gedurende de maanden mei tot en met oktober op enig wei- of hooiland, wordt gestraft met geldboete van de eerste categorie.
Boek Derde › Titel VII
Artikel 460 Sr
Onderdeel van Wetboek van Strafrecht· Strafrecht
Deze tekst geldt sinds 1 mei 1984
Bewaren kan ook zonder account
Houd art. 460 Sr bij de hand
Met een gratis account kun je dit artikel bewaren, tekst markeren en jezelf overhoren. Dat werkt op je laptop en op je telefoon.
- Geen reclame
- Je markeringen blijven van jou
- Werkt op je telefoon