Naar hoofdinhoud

Boek Tweede › Titel III

Artikel 100

Artikel 100

Onderdeel van Wetboek van Militair Strafrecht· Staats- en bestuursrecht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 1991

1. Als schuldig aan desertie wordt gestraft de militair: die zich verwijdert met het oogmerk zich voorgoed aan zijn dienstverplichtingen te onttrekken, het oorlogsgevaar te ontgaan, naar de vijand over te lopen of, zonder daartoe gemachtigd te zijn, bij een andere mogendheid in krijgsdienst te treden; wiens ongeoorloofde afwezigheid in tijd van vrede langer dan dertig, in tijd van oorlog langer dan zeven dagen duurt; die zich schuldig maakt aan opzettelijke ongeoorloofde afwezigheid en daardoor een bevolen reis, bedoeld in artikel 96, onder 3°, niet of niet geheel meemaakt. 2. Desertie, in tijd van vrede gepleegd, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de vierde categorie. 3. Desertie, in tijd van oorlog gepleegd, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zeven jaar en zes maanden of geldboete van de vijfde categorie.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel