Met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaar of geldboete van de vierde categorie wordt gestraft de militair die zich in tijd van oorlog schuldig maakt aan opzettelijke ongeoorloofde afwezigheid:
indien als rechtstreeks en onmiddellijk gevolg daarvan schade ontstaat aan of te duchten is voor de gereedheid tot het daadwerkelijk uitvoeren van een operatie of oefening van enig onderdeel van de krijgsmacht;
indien de afwezigheid langer dan twee dagen duurt.
Boek Tweede › Titel III
Artikel 99
Artikel 99
Onderdeel van Wetboek van Militair Strafrecht· Staats- en bestuursrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 1991