**1.** Voor de toepassing van dit besluit wordt onder laatstelijk genoten bezoldiging verstaan de bezoldiging welke op de dag voor het ontslag in de verlaten betrekking bij plaatsing in Nederland werd genoten of zou genoten zijn, vermeerderd met de tijdelijke kindertoelage, de tijdelijke kindertoeslag, de vakantieuitkering en eventuele in de pensioensgrondslag opgenomen inkomsten en baten.
**2.** Voor de officier aan wie, terwijl hij met toepassing van artikel 75, eerste lid, onder b en c, dan wel artikel 116, eerste lid, onder b en c der Wet bevordering en ontslag beroepsofficieren laatstelijk op nonactiviteit was gesteld, na verkregen ontslag als bedoeld in artikel 1, een wachtgeld wordt toegekend, geldt als laatstelijk genoten bezoldiging de bezoldiging welke op de dag voor zijn op nonactiviteitstelling in de verlaten betrekking bij plaatsing in Nederland werd genoten of zou genoten zijn, vermeerderd me de tijdelijke kindertoelage, de tijdelijke kindertoeslag, de vakantieuitkering en eventuele in de pensioensgrondslag opgenomen inkomsten en baten.
**3.** Indien in de bezoldiging, de inkomsten en baten, in de voorgaande leden bedoeld, anders dan wegens periodieke verhogingen wijziging zou zijn gekomen, wanneer de belanghebbende op die bezoldiging in dienst was gebleven, geldt van de datum van inwerkingtreding van die wijziging het aldus gewijzigde bedrag als laatstelijk genoten bezoldiging.
**4.** Voorts wordt, indien ter zake van pensioen van de officieren eene bijdrage wordt gevorderd, bij de vaststelling van de laatstelijk genoten bezoldiging van hen, die vóór 1 Juli 1925 op wachtgeld zijn gesteld, hierop tot 1 Januari 1930 een bedrag in mindering gebracht. Dit bedrag wordt naar denzelfden maatstaf berekend als voor de militairen op grond van art. 15a van de Pensioenwet voor de landmacht (Staatsblad 1922, nr. 66) plaats vindt, echter met dien verstande, dat deze berekening geschiedt van de gezamenlijke inkomsten gedurende het laatste jaar werkelijken dienst genoten, voor zoover deze inkomsten bij de vaststelling van den pensioensgrondslag in aanmerking kwamen.
**5.** Met afwijking van het gestelde in het eerste, tweede, derde en vierde lid wordt voor het wachtgeld, toegekend krachtens het tweede lid van art. 3, als laatstelijk genoten bezoldiging aangemerkt het bedrag van den pensioensgrondslag, waarnaar het daarbedoelde wachtgeld is berekend.
Artikel 5
Artikel 5
Onderdeel van Besluit vaststelling wachtgeldregeling officieren Koninklijke Landmacht· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 1957