Naar hoofdinhoud

Artikel 13

Artikel 13

Onderdeel van Besluit vaststelling wachtgeldregeling militaire personeel zeemacht· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 22 september 1935

1. Het bedrag van het wachtgeld, over een jaar berekend, wordt naar boven tot een vollen gulden afgerond. Het wordt uitbetaald in maandelijksche termijnen. Met toestemming van den op wachtgeld gestelde kan de uitbetaling in langere termijnen geschieden. 2. Bij overlijden wordt het wachtgeld niet langer uitbetaald dan tot en met den dag van overlijden. 3. Behoudens het bepaalde in het 4de lid wordt zoo spoedig mogelijk na het overlijden van een wachtgelder aan zijn weduwe een bedrag uitgekeerd gelijkstaande met het wachtgeld van den overledene over een tijdvak van zes weken. Laat de overledene geen weduwe na, dan geschiedt de uitkeering ten behoeve van de minderjarige wettige of erkende natuurlijke kinderen van den wachtgelder. Ontbreken ook zoodanige kinderen, dan geschiedt de uitkeering, indien de overledene kostwinner was van ouders, broeders, zusters of meerderjarige kinderen, ten behoeve van deze betrekkingen. 4. Indien den door den overleden wachtgelder nagelaten betrekkingen, als bedoeld in het 3de lid, uithoofde van door den overledene genoten inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf, tengevolge waarvan op het wachtgeld een vermindering werd toegepast op den voet als in artikel 7 bij het genot van inkomsten in dienst van een openbaar lichaam is bepaald, een uitkeering of daarmee gelijk te stellen bedrag terzake van zijn overlijden wordt toegekend, dan wordt een bedrag uitgekeerd, gelijkstaande met het verminderd wachtgeld over een tijdvak van zes weken. Dit bedrag wordt, indien de ter zake van vorenbedoelde betrekking toe te kennen uitkeering of het daarmee gelijk te stellen bedrag minder bedraagt dan zes weken van de bezoldiging in die betrekking, verhoogd met het evenredig deel van dat mindere als vorenbedoelde vermindering staat tot die bezoldiging. 5. Indien een overleden wachtgelder geen betrekkingen, als bedoeld in het derde lid, nalaat, kan het daarbedoelde bedrag door het bevoegd gezag geheel of ten deele worden uitgekeerd voor de betaling van de kosten der laatste ziekte en der begrafenis, zoo de nalatenschap van den overledene voor de betaling dier kosten ontoereikend is.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel