Naar hoofdinhoud

Artikel 7

Artikel 7

Onderdeel van Besluit vaststelling wachtgeldregeling militaire personeel zeemacht· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 22 september 1935

1. Wanneer de op wachtgeld gestelde inkomsten gaat genieten uit of in verband met arbeid of bedrijf, na het ontslag ter hand genomen, wordt, behoudens het bepaalde in het tweede lid, indien de inkomsten genoten worden in dienst van openbare lichamen, zoodra en zoolang het wachtgeld, vermeerderd met die inkomsten de laatstelijk genoten bezoldiging zou overschrijden, het wachtgeld met het bedrag dier overschrijding verminderd; in de overige gevallen: het wachtgeld voor den duur van die inkomsten met een bedrag gelijk aan de helft van die inkomsten verminderd, met dien verstande, dat van de inkomsten buiten aanmerking blijft een bedrag gelijk aan het verschil tusschen het wachtgeld en de laatstelijk genoten bezoldiging of, bedraagt dit verschil meer dan 30 ten honderd van die bezoldiging, een bedrag gelijk aan 30 ten honderd van die bezoldiging, en dat nimmer meer zal worden gekort, dan wanneer de genoten inkomsten waren verkregen in dienst van openbare lichamen; bij het gelijktijdig genieten van inkomsten als bedoeld onder a en b, het wachtgeld verminderd met het eventueel gedeelte der inkomsten onder a, waarmede deze, vermeerderd met het wachtgeld, het bedrag der laatstelijk genoten bezoldiging overschrijden, doch ten aanzien van de overblijvende inkomsten gehandeld, alsof zij alle onder b vallen, echter met dien verstande, dat bij de laatstbedoelde vermindering nimmer meer wordt afgetrokken dan de helft van de inkomsten onder b. 2. Ingeval uit overwerk in dienst van openbare lichamen inkomsten worden genoten, kan worden bepaald, dat de in het eerste lid onder a en c bedoelde vermindering geheel of ten deele tot wederopzegging achterwege blijft. 3. Het bepaalde in het eerste en tweede lid vindt overeenkomstige toepassing ten aanzien van inkomsten, verkregen uit of in verband met arbeid of bedrijf, welke zijn ter hand genomen gedurende verlof onmiddellijk voorafgaande aan het ontslag, dan wel gedurende den tijd van nonactiviteit of ter beschikking, waaraan het ontslag aansluit. 4. Wanneer de op wachtgeld gestelde uit of in verband met arbeid of bedrijf, ter hand genomen vóór den dag, waarop het ontslag, ter zake waarvan het wachtgeld hem is verleend of - in de gevallen, in het derde lid bedoeld -, vóór den dag, waarop het verlof, de nonactiviteit of de terbeschikkingstelling is ingegaan, op of na dien dag inkomsten of meerdere inkomsten gaat genieten, zijn ten aanzien van die inkomsten of meerdere inkomsten de bepalingen van dit artikel van overeenkomstige toepassing. 5. Van het ter hand nemen van eenigen arbeid of bedrijf doet de op wachtgeld gestelde onverwijld mededeeling aan Onzen Minister van Defensie. Daarbij doet hij voor zoover mogelijk opgave van de inkomsten, die hij uit de ter hand genomen werkzaamheden zal trekken, terwijl hij voorts verplicht is om, indien die inkomsten tijdelijk of blijvend wijziging ondergaan, daarvan tijdig vóór de eerstvolgende uitbetaling van het wachtgeld nadere opgave te doen. Zijn de inkomsten niet vooraf op te geven, dan doet hij tijdig vóór de eerstvolgende uitbetaling van het wachtgeld opgave van de inkomsten, die hij sinds het ter hand nemen der werkzaamheden of sinds de vorige opgave heeft genoten. Brengt echter de aard der werkzaamheden, ter beoordeeling van Onzen Minister van Defensie mede, dat de inkomsten over een langeren termijn moeten worden berekend, dan geschiedt de opgave dienovereenkomstig en wordt op het wachtgeld een vermindering toegepast van een voorloopig vastgesteld bedrag onder voorbehoud van verrekening aan het einde van den evenbedoelden termijn. 6. Bij de vaststelling van het bedrag der vermindering kan van de opgave van den betrokkene worden afgeweken. Indien de inkomsten vrijwillig zonder voldoende reden worden prijs gegegeven of door eigen schuld verloren gaan, blijft niettemin de vermindering tot het laatstelijk bepaalde bedrag toegepast. 7. Indien een op wachtgeld gestelde de in dit artikel bedoelde opgave nalaat of onjuist of onvolledig doet, kan de uitbetaling van het wachtgeld geheel of ten deele worden geschorst of het wachtgeld geheel of ten deele worden vervallen verklaard. 8. De op wachtgeld gestelde wordt geacht door het aanvaarden van het wachtgeld te bewilligen, dat allen, die daarvoor naar het oordeel der betrokken autoriteit in aanmerking komen, omtrent zijne omstandigheden alle inlichtingen geven, die de betrokken autoriteit zal dienstig oordeelen.

Rechtspraak bij dit artikel