Naar hoofdinhoud

Artikel 8

Artikel 8

Onderdeel van Besluit vaststelling wachtgeldregeling militaire personeel zeemacht· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 22 september 1935

1. Indien de op wachtgeld gestelde een hem aangeboden in Nederland te vervullen ambt of betrekking, die hem naar het oordeel van Onzen Minister van Defensie in verband met zijn persoonlijkheid en omstandigheden redelijkerwijze kan worden opgedragen, weigert te aanvaarden of ook anderszins, indien hij, in de gelegenheid komende om op een wijze, die in verband met zijn persoonlijkheid en omstandigheden naar het oordeel van dien Minister voor hem passend kan worden geacht, inkomsten te verkrijgen, daarvan geen gebruik maakt, dan wordt niettemin het wachtgeld verminderd met een zoodanig bedrag, alsof de verzuimde inkomsten wel worden genoten. 2. De op wachtgeld gestelde is voorts verplicht zich te gedragen naar de voorschriften, die hem door dien Minister hetzij in het algemeen, hetzij voor eenig bijzonder geval worden gegeven, strekkende om tot het verkrijgen van een ambt of betrekking of een andere bron van inkomsten te geraken. Bij niet-nakoming van die voorschriften kan de uitbetaling van het wachtgeld geheel of ten deele worden geschorst of het wachtgeld geheel of ten deele worden vervallen verklaard. 3. De bepalingen van dit artikel vinden overeenkomstige toepassing voor den militair, wien is medegedeeld, dat het voornemen bestaat tot zijn ontslag op grond van het bepaalde bij artikel 20 onder C van het Reglement rechtstoestand militairen zeemacht, in dezer voege, dat, indien zoodanig militair een ambt of betrekking weigert of niet van een gelegenheid gebruik maakt, als bedoeld in het eerste lid, de toekenning van wachtgeld achterwege blijft of slechts tot een verminderd bedrag geschiedt en dat bij nietopvolging van de voorschriften, als bedoeld in het tweede lid, de toekenning van wachtgeld achterwege kan blijven of slechts tot een verminderd bedrag geschieden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel