Ten behoeve van de aflossing worden onderscheiden:
rekeningen in het Grootboek 1946, welke aan het begin van de dienst op de 1ste October van het jaar, waarin de aflossing geschiedt, een saldo aanwijzen van ten minste f 100 000;
rekeningen in het Grootboek 1946, welke aan het begin van de dienst op de 1ste October van het jaar, waarin de aflossing geschiedt, een saldo aanwijzen van minder dan f 100 000;
schuldbewijzen aan toonder.
Artikel 7
Artikel 7
Onderdeel van Beschikking overdracht en aflossing Grootboek 1946· Financieel en economisch recht
Deze tekst geldt sinds 1 maart 1949