Naar hoofdinhoud

hoofdstuk Tweede › Titel IV

Artikel 104

Artikel 104

Onderdeel van Wet op de Sociaal-Economische Raad· Ondernemingspraktijk

Deze tekst geldt sinds 28 november 2007

1. Tenzij het instellingsbesluit anders bepaalt, kunnen bij verordening overtredingen van die verordening worden aangewezen als feiten waarvoor een tuchtrechtelijke maatregel kan worden opgelegd, dan wel strafbare feiten, behoudens indien het betreft overtredingen van voorschriften terzake van arbeids- en rusttijden. 2. Aanwijzing als strafbaar feit kan slechts plaatsvinden, indien dat nodig is voor de bescherming van de door de betrokken bepaling beschermde belangen. Verordeningen waarbij een aanwijzing als strafbaar feit plaatsvindt behoeven de goedkeuring van Onze Minister wie het aangaat, in voorkomend geval in overeenstemming met Onze andere betrokken Minister of Ministers. 3. Met het toezicht op de naleving van een verordening zijn belast de bij besluit van het bedrijfslichaam aangewezen personen. Dat besluit behoeft de goedkeuring van Onze Minister wie het aangaat, in voorkomend geval in overeenstemming met Onze andere betrokken Minister of Ministers. Onze Minister wie het aangaat, in voorkomend geval in overeenstemming met Onze andere betrokken Minister of Ministers, kan het bedrijfslichaam een aanwijzing geven omtrent het aanwijzen van toezichthouders en de wijze waarop het toezicht wordt uitgeoefend. 4. Met betrekking tot het tweede en derde lid is artikel 100, vierde lid, van overeenkomstige toepassing. 5. Het recht om een tuchtrechtelijke maatregel te vorderen verjaart in twee jaren. De artikelen 71, eerste lid, en 72, van het Wetboek van Strafrecht zijn van overeenkomstige toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel