1. 1. De Raad brengt jaarlijks voor 1 april aan Onze Ministers verslag uit omtrent zijn werkzaamheden en die van de commissies, bedoeld in de artikelen 19, 42 en 43, in het afgelopen kalenderjaar.
  2. 2. Gelijktijdig brengt de Raad verslag uit van zijn bevindingen bij de uitoefening van het hem bij het tweede hoofdstuk opgedragen toezicht.
  3. 3. Beide verslagen worden, tegen betaling van de kosten, algemeen verkrijgbaar gesteld.
  4. 4. De Raad houdt de verslagen gedurende ten minste twee jaren op elektronische wijze ter inzage.